Piet Oskam van VMS over gezamenlijk belang van machinaal straatwerk
De vereninging Verbetering Mechanisatie Straattechniek is al actief sinds begin jaren ’90. De missie is simpelweg het stimuleren van machinaal straatwerk. VMS doet dat niet in zijn eentje. De vereniging deelt een verantwoordelijkheid met onder meer de Ondernemersvereniging Bestratingsbedrijven Nederland (OBN) en de Arbeidsinspectie: het gezonde imago van een mooi vak, straten maken. De tijd lijkt nu rijp om de vruchten te plukken van jarenlang hameren op gezamenlijk belang en van innovaties in machinaal straatwerk.
Vanaf 1 maart tot en met 30 juni 2010 loopt het Arbeidsinspectieproject Bestratingen 2010. Het doel van het project is om het mechanisch straten te bevorderen, op een veilige wijze. Dat is koren op de molen van Piet Oskam, directeur van de stichting Centrum voor Innovatie van de Bouwkolom (CIB) en als adviseur betrokken bij de VMS: “De omslag in denken over machinaal straatwerk is er. De acceptatie dat machinaal straatwerk moet daar waar het kan, is bereikt. Het is een onomkeerbare ontwikkeling, mede door inzet van de VMS. Gelukkig is er inmiddels een breed draagvlak voor deze transitie, die de sector in al haar geledingen erg raakt.”
Stap voor stap
De acceptatie van de noodzaak tot machinaal straatwerk is een ontwikkeling van jaren, stap voor stap tot een behoorlijke sprong in het begin van dit jaar. Oskam: “Al in 2005 werd aangetoond dat er technisch geen belemmeringen zijn in machinaal straatwerk. De Arbeidsinspectie pikte dat gelukkig goed op, had voorbeelden nodig. In de jaren 2006 en 2007 was de handhavingsnorm van de arboregels dat machines ingezet moesten worden voor werk groter dan 1500 m2. Tot en met 2009 inspecteerde men intensief waarbij speciaal opdrachtgevers in het vizier gehouden werden. Dat willen zeggen, vaak een actief optreden richting gemeenten.
“De Arbocatalogus van februari 2010 is nu uitgangspunt voor alle bestratingsprojecten. Het gaat er niet meer over of machinaal straten moet. De vraag is voortaan hoe het beste kan”.
Naast de nieuwe Arbocatalogus is de recente CROW-publicatie ‘Mechanisch aanbrengen elementenverharding – Verantwoorde afweging tussen handmatig en mechanisch straatwerk’ het formele kader waaraan alle partijen gehouden zijn. De eerdere handhavingsnorm van 1500 m2 is vervallen. Alle bestratingsprojecten vanaf 0 m2 moeten in principe machinaal worden uitgevoerd.
Doorgaan waar anderen stoppen
Met het bereiken van de 0-optie als uitgangspunt voor machinaal straten lijkt het doel van VMS bereikt. “Nee, niets is minder waar”, zegt Piet Oskam, “Het formele kader is er weliswaar, maar er is nog heel wat ontwikkelingswerk en doorontwikkeling te doen. Nu komt er nog meer vraag naar de inzet van machines. Die moeten nog slimmer en beter worden, ook in het segment van herbestraten, waarbij het oude werk eruit moet, stenen schoon gemaakt moeten worden, gesorteerd en op pallets gezet. Dat is nog een lacune in de mechanisatie. De eerste oplossingen daarvoor worden nu gelanceerd. Met de meer dan 50 actieve leden van de VMS blijven we hard aan de slag met innovaties. Nieuwe technieken voor robotisering en in automatisering en digitalisering in CAD-CAM vorm. Er is, heel toepasselijk, nog een weg te gaan.
“Bovendien, het komt vanaf nu ook aan op mentaliteit, handhaving en verbetering, van en door alle marktpartijen. Het gaat over de omgang met de regels, want er zijn altijd nog ontsnappingsclausules, zijn er redenen te verzinnen waarom een project zonodig met handwerk gelegd moet worden. Kortom: de VMS gaat door waar anderen stoppen!”
Fluitend imago
Oskam: “Met dat handhaven van de norm en het verbeten van de bewustwording sta je op het kruispunt van het veelzijdige imago van bestratingswerk. Het publiek wil veilig over straat kunnen rijden en veilig op het trottoir kunnen lopen. Niemand staat er ooit bij stil, maar dat is een behoorlijke verantwoordelijkheid in het beheer van de openbare ruimte. Een gezamenlijke verantwoordelijkheid vooral, van de OBN, van de VMS, van de overheden, van de stratenmaker die zijn werk fluitend wil blijven doen.
“Bestratingswerk wordt ook ervaren als mooi ambachtelijk werk. Als een straat mooi nieuw is gelegd, als een plein met sierstraatwerk uitnodigend oogt, als de gaten en hobbels uit het straatbeeld weg zijn, dan oogst dat waardering.
“Tegelijkertijd ervaart iedereen bestratingswerk als zwaar. Fysiek, met kans op rug- en gewrichtsklachten. Psychisch, want veel ogen letten op je. De uitstroom naar de WAO moest en moet voorkomen worden. Omwille van het geld en zeker ook omwille van het behoud van vakmanschap. Maar het beeld kantelt. Het vakmanschap blijft onontbeerlijk, machines komen te hulp”.
Tot slot, met een hint richting opdrachtgevers én opdrachtnemers heeft CIB-directeur Piet Oskam nog een aardige oneliner: “Geef meer uit aan gezond straatwerk, dat bespaart geld.”