Nieuwsbrief ontvangen?




Einde aan rigide selectiecriteria

GWW.03.10.MKBInfra.jpg‘Onze grootste strijd is het verder openbreken van de GWW-markt voor MKB-infrabedrijven.

 

Daan Stuit, voorzitter MKB INFRA: ‘MKB-infrabedrijven worden ten opzichte van het grootbedrijf sterk beperkt in de concurrentiemogelijkheden bij het verwerven van overheidsopdrachten.’

Bij veel projecten worden de selectiecriteria zodanig opgesteld dat alleen grote bedrijven met veel ervaring in kunnen schrijven. Hierdoor blijven kennis en kunde van de MKB-infrabedrijven onbenut’, aldus de nieuwe voorzitter van MKB INFRA, Daan Stuit.

MKB INFRA ontstond in 2006, uit onvrede onder de MKB-infrabedrijven over het ontbreken van een eigen geluid als het gaat om de behartiging van haar specifieke belangen. ‘MKB-infrabedrijven worden ten opzichte van het grootbedrijf sterk beperkt in de concurrentiemogelijkheden bij het verwerven van overheidsopdrachten. We praten dan over 80 procent van de markt! Opdrachtgevers stellen onder andere disproportionele selectie-eisen en clusteren op ongebreidelde wijze projecten’, vindt Daan Stuit, MKB’er in hart en nieren. Van 1985 tot 2006 was het directeur-eigenaar van MKB-infrabedrijf Aannemingsbedrijf Stuit BV. Tegenwoordig is hij adviseur, voorzitter van het AdviesCentrum Aanbestedingen (ACA GWW) en sinds 26 mei 2010 voorzitter van MKB INFRA, als opvolger van Theo van der Kuil.

In de Nederlandse bouwmarkt zijn de verhoudingen tussen het groot-, midden- en klein bedrijf volgens Stuit zeer onevenwichtig verdeeld: ‘De bouwmarkt wordt nog steeds door een tiental grootbedrijven met een marktaandeel van circa 50 procent, gedomineerd. Er bestaat daardoor ook een groot verschil tussen de belangen van het grootbedrijf en die van de MKB-bedrijven.’

 

Concurrentievervalsing

Volgens de voorzitter is er ook sprake van scheve concurrentie: ‘De Infrabedrijven vallen onder de Bouw-CAO, maar de loonbedrijven – zoals de machineverhuurders – vallen onder de Landbouw-CAO. Hierdoor kunnen deze loonbedrijven goedkoper op projecten inschrijven. Scheve concurrentie is erg, maar nog erger is géén concurrentie. De criteria die opdrachtgevers stellen bij projecten zijn vaak disproportioneel. Als er een werk op de markt komt voor één miljoen euro, dan moet je bijvoorbeeld al drie werken van minimaal één miljoen hebben uitgevoerd. Of er moet een brug over de ‘Dinkelervaart’ worden gebouwd, maar kom je alleen in aanmerking als je al drie bruggen over die vaart hebt gebouwd, terwijl er maar vier overheen liggen. Het wordt daarom tijd voor herkenbare uniforme en transparante regelgeving en uniforme eisen ten aanzien van de technische bekwaamheid.’

Opdrachtgevers zijn ook angstig, denkt Stuit. ‘Ze denken: als het bedrijf groot is, dan is het goed. Blijkbaar heeft het MKB zich dus niet voldoende geprofileerd. Dat lobbyen voor de branche kost immers veel tijd, tijd die de MKB ondernemer hard nodig heeft voor z’n eigen bedrijf.’

Bij overheidsopdrachtgevers is het verdwijnen van deskundigheid ten aanzien van de GWW-sector een bijkomend probleem. Dit is het gevolg van eenzijdig gerichte bezuinigingen. Stuit: ‘Als de overheid ‘meer markt’ wil stimuleren is dat toe te juichen, maar de professionele overheidsopdrachtgever zal dan ook over voldoende technologische en project-expertise moeten beschikken om met kennis van zaken projecten te kunnen beoordelen en waarde toe te kennen aan technische en uitvoeringsinnovaties. De nadruk wordt nu echter eenzijdig gelegd op regelgeving, contractvormen en accountancy, hetgeen de bureaucratie in de hand werkt. Daarnaast wordt er geselecteerd op de laagste prijs. De opdrachtgever zal zich dan echter de vraag moeten stellen waarom die prijs zo laag is. Ergens is er dus op bezuinigd en dat gaat ten koste van de kwaliteit en exploitatiekosten. Neil Armstrong zei ooit vlak voor zijn missie naar de Maan: ‘Ik heb maar één zorg: dat dit ding gebouwd is door de laagste inschrijver.’

De voorzitter benadrukt dat hij niet pleit voor een voorkeursbehandeling voor MKB-Infrabedrijven: ‘Om misverstanden te voorkomen: wij willen geen voorkeursbehandeling voor MKB- infrabedrijven, maar willen op een eerlijke en met het grootbedrijf gelijkwaardige wijze kunnen mededingen naar overheidsopdrachten. Hierbij moet er ruimte zijn voor ondernemerschap en creativiteit. Want daar ligt de kracht bij onze leden. Onze kennis en kunde op dat gebied is onmiskenbaar.

 

Grote projecten

Volgens Stuit kunnen MKB-infrabedrijven in combinatie net zo goed grote projecten uitvoeren als grote infrabedrijven. Als die bedrijven een groot project uitvoeren huren ze ook MKB-bedrijven in. Een voorbeeld zijn de asfaltbestekken die in de markt worden gezet. GWW-bedrijven zijn maanden bezig met grondwerk, rioleringen, kunstwerken, banden en kolken zetten, enzovoort. Tot slot gaat er een paar dagen een asfaltmachine overheen en het project is klaar. Dan zeg ik: met zoveel partijen is de organisatie belangrijk en moet je niet als vanzelfsprekend het bestek bij een asfaltbedrijf neerleggen. Het is logischer om het asfaltbedrijf als onderaannemer bij het project te betrekken en de bouwdirectie aan een andere partij te gunnen.’

Gebiedsontwikkeling is ook prima onder te brengen bij MKB-infrabedrijven: ‘Een projectontwikkelaar koopt drie weilanden, zet er 80 huizen op en verkoopt alles weer. Dan kan je als gemeente met een gebrekkige infrastructuur achterblijven. Met de nieuwe Wet ruimtelijke ordening wordt dat probleem ondervangen, doordat ontwikkelaars mee moeten dragen in de kosten van de openbare voorzieningen. Dat schept mogelijkheden voor de MKB-infrabedrijven. Om de onderhoudskosten beheersbaar te maken is in een vroeg stadium van planontwikkeling de kennis van infrabedrijven nodig. Die kunnen ook adviseren over bijvoorbeeld afkoppeling van regenwater, waterdoorlatende verhardingen en oppervlaktewater. Opdrachtgevers kunnen dus voordelen behalen door ons vroegtijdig aan tafel uit te nodigen.’

Stuit komt tot slot nog met een opmerkelijk voorstel: invoering van een ‘Flex-WW’: ‘Continuïteit is in de GWW-sector een groot probleem. Ik pleit daarom voor een Flex-WW. De Deeltijd-WW en de eenmalige vorstverletregeling heeft dit jaar een aantal bedrijven van de ondergang gered. Maar ik zou liever een bredere inzet willen zien voor bedrijven die tijdelijk zonder werk zitten. Die kunnen die periode dan overbruggen door maximaal drie of vier weken per jaar van de Flex-WW gebruik te maken. Dit bevordert continuïteit in het personeelsbeleid, minder uitstroom uit de branche dus minder verlies aan vakkennis. Of trek de onderhoudscycli in beheersplannen een jaar naar voren. Ook dat levert extra werk op. Want mensen die de sector nu noodgedwongen moeten verlaten krijg je vaak niet meer terug. Die mensen zullen we straks in betere tijden weer hard nodig hebben.’

Over MKB INFRA

MKB Infra-bedrijven misten een eigen herkenbaar platform waar zij gehoord konden worden door de politiek, overheid, bedrijfsleven en wetenschap. Een platform waar zij hun specifieke belangen aan allen, die bij de sector infrastructuur zijn betrokken, kunnen uitdragen. Daarom is in 2006 het platform MKB INFRA opgericht.

 

GWW.03.10.MKBInfra.Logo

 

De vereniging behartigt momenteel de belangen van circa honderd MKB-infrabedrijven met een gezamenlijke omzet van circa één miljard euro. De vereniging stelt zich ten doel om de MKB-Infrabedrijven hun belangrijke economische waarde voor de samenleving ook in de toekomst te kunnen laten waarmaken. De vereniging zet zich in voor de volgende onderwerpen:

1. Naleving van de regelgeving omtrent aanbesteden: gelijke kansen, uniformiteit en dwingend juridisch aanbestedingskader voor alle aanbestedende diensten, doelmatigheid van overheidsaanbestedingen en voorkomen van kartelvorming.

2. Openhouden van de mogelijkheden tot combinatiewerken enerzijds en het laten vervallen van hogere selectiecriteria voor combinaties anderzijds.

3. Openbreken van rigide selectiecriteria ten aanzien van referentieprojecten (schaalgrootte, ervaring, omstandigheden en periode).

4. Transparantie en uniformiteit bevorderen op het gebied van economische en technische selectiecriteria (mens, organisatie, logistiek en technologie).

5. Het belang bepleiten van meer inbreng van materiedeskundigheid bij de overheidsopdrachtgever; professionaliteit betekent immers meer dan regelgeving, contractmanagement, juridisering en accountancy.

6. Terugdringen van de administratieve lasten die de overheidsopdrachtgevers nog steeds opleggen.

7. Verlaging van de frequentie van de gevraagde standaardinformatie ten behoeve van aanbestedingen.

8. Overleg en consultaties bij de totstandkoming van de regelgeving en de implementatie daarvan.

Meer informatie: kijk op www.mkb-infra.nl.

 

 

 

 

 

realestat tvoy vdsmy