VBR lanceert kennisdocumenten

Artikel delen

“We merken dat er nog veel achterstallig onderhoud is bij betonnen kunstwerken en parkeergarages door gebrek aan kennis en capaciteit bij vooral gemeentelijke beheerders”, zegt Paul Lange, voorzitter van de Vereniging van gecertificeerde BetonReparatiebedrijven (VBR). Zo is er veel onduidelijkheid of er technisch of constructief herstel nodig is. En het onderhoud van parkeergarages is ook een aparte tak van sport. VBR presenteert dit jaar daarom kennisdocumenten om beheerders te helpen.

Tekst: ing. Frank de Groot
Beeld: VBR

VBR

Tijdens het Beton Event 2022 op 14 juni 2022 in de Van Nelle Fabriek te Rotterdam is de Handreiking ‘Bepalen van technisch of constructief betonherstel’ gepresenteerd. “Er is nog vaak onduidelijkheid welk type herstel nodig is. Je hebt esthetisch, technisch en constructief herstel. Esthetisch herstel is puur gericht op vormherstel of behoud van de uitstraling van een kunstwerk, zoals kleur en gaafheid van het oppervlak. Maar om te weten of er sprake is van technisch herstel, waarbij het voorkomen van verdergaande wapeningscorrosie centraal staat, of van de noodzaak tot een constructieve ingreep, is er meestal meer en diepgaander onderzoek nodig”, zegt Paul Lange.

Ook bij het beheer van betonnen parkeergarages is er bij veel beheerders gebrek aan kennis. “We zijn door Vexpan – het Platform Parkeren Nederland – gevraagd om kennisdocumenten te ontwikkelen op dit gebied. VBR heeft daartoe dit jaar zeven whitepapers Duurzaam Onderhoud parkeergarages gepubliceerd. Bij kennisontwikkeling als deze werken we nauw samen met de Vereniging Adviseurs Beton Onderhoud en Reparatie (VABOR), Vereniging van leveranciers van betonreparatie- en beschermingsmiddelen (VLB) en het kennisplatform voor kathodische bescherming (KB Kenniscentrum). We staan dus niet stil als VBR.”

Landelijke uitdaging

De veroudering en intensievere belasting van wegen, spoor en vaarwegen in Nederland leidt ertoe dat er de komende jaren een grote inspanning nodig is om de infrastructuur vitaal te houden. Dat geldt vooral voor de kunstwerken. Paul: “Het hoofdwegennetwerk zoals we dat nu kennen is vanaf de jaren ’50 van de vorige eeuw steeds verder uitgebouwd. Sinds de jaren ’60 is de omvang van het verkeer verachtvoudigd en vrachtwagens zijn veel zwaarder beladen. De zware vrachtwagens betekenen een belasting en slijtage van de kunstwerken die in het algemeen groter is dan bij de aanleg was voorzien.”

Ook op het uitgebreide en oude vaarwegennet is er sprake van een relatief grote opgave voor zowel onderhoud als vervanging en renovatie. Denk aan sluizen en bruggen, maar ook damwanden en remmingswerken. Een belangrijk deel van de vaarweginfrastructuur is namelijk van vóór 1950. “Het is niet zo dat er nu ineens een groot risico is op het instorten van kunstwerken. Maar de ruime veiligheidsmarges die we in Nederland hanteren nemen wel af”, zegt Paul Lange.

VBR

Vitale infrastructuur

Het belang van een vitale infrastructuur is volgens de voorzitter groot: “Het is belangrijk voor onze economie, veiligheid en gezondheid. Als er een kunstwerk in een vitale infrastructuur gesloten moet worden door gebrek aan onderhoud, dan kan dat grote gevolgen hebben voor de economie. Maar ook hulpdiensten moeten dan flink omrijden. En we moeten natuurlijk veilig gebruik kunnen maken van de infrastructuur.”

De grote kunstwerken zijn er in het algemeen beter aan toe dan de talrijke stadsbruggen en bruggetjes in buitengebied: “Deze liggen veelal niet in vitale infrastructuur. Schade in het wegdek zie je en het schilderen van leuningwerken levert direct zichtbaar resultaat op. Maar het probleem zit vaak aan de onderzijde, waar zelden iemand naar kijkt. Ik wijs gemeenten daar ook op, maar dan zie je dat het wel drie tot vier jaar duurt voordat ze dan daadwerkelijk gaan renoveren. De prioriteit ligt er gewoon niet. Daarbij speelt ook mee dat Rijkswaterstaat risicogestuurd werkt en er nog veel kennis aanwezig is, terwijl veel gemeenten kampen met gebrek aan kennis. Veel vakmensen stromen door naar het bedrijfsleven en dat gaat ten koste van het onderhoud aan gemeentelijke kunstwerken.”

Handreiking

De Handreiking ‘Bepalen van technisch of constructief betonherstel’ moet vooral gemeenten en aannemers helpen bij hun keuze (gratis te downloaden via www.vbr.nl). “En dat kan best lastig zijn”, bekend Paul. “Als de wapening plaatselijk bloot komt te liggen, maar deze is niet aangetast, dan kan je kiezen voor technisch herstel. Dat betekent het aangetaste deel uithakken en de wapening schoon maken. Daarna kan je een nieuwe betondekking aanbrengen. Maar wanneer ga je wapening vervangen?”

Rückertbrug (1921) in Den Bosch.

Rückertbrug (1921) in Den Bosch.

Bij wapeningscorrosie door carbonatatie zal de roest het beton wegdrukken en er ontstaat betonschade. Dat is duidelijk zichtbaar aan de buitenzijde. Maar door chloride geïnitieerde wapeningscorrosie is aan de buitenzijde van het beton niet direct zichtbaar in hoeverre de staven al zijn aangetast. Bij deze vorm van corrosie wordt namelijk een soort roest gevormd dat oplosbaar is in water. Hoewel het dus minder snel tot afgedrukte beton leidt, neemt de doorsnede van de wapening plaatselijk veel sneller af. Dit gaat gepaard met een veel snellere, directe afname van de sterkte van de constructie. Deze vorm van corrosie kan ontstaan door langdurig contact via zeewater, zilte zeelucht of via dooizouten of pekel. “Verder kan cementsteen worden aangetast door inwerking van agressieve stoffen en kunnen er scheuren ontstaan door hoge spanningen. Het geeft al aan hoe complex betonaantasting is.”

De handreiking kan volgens Paul helpen om de juiste beslissingen te nemen: “De handreiking geeft achtergronden aan over de bedoeling en het onderscheid tussen een technische en constructieve reparatie. Ook zijn er voorbeelden opgenomen waarin op basis van schadebeeld en analyse van gegevens gekomen wordt tot een oordeel: technisch of constructief. We hebben deze handreiking samen met de VABOR opgesteld.”

Whitepapers

Een tweede troef zijn de zeven whitepapers ‘Duurzaam Onderhoud parkeergarages’ die voor de vastgoedbeheerders van parkeergarages zijn uitgegeven. Onderwerpen zijn: Introductie (1), Inspectie, onderzoek, advies (2), Betonreparaties (3), Vloerafwerkingen (4), Dilataties in vloeren en wanden (5), Opstellen en gebruiken van een MeerjaarOnderhoudsplanning MJOP (6) en Duurzaam ontwerp (7).

“Na het lezen van de whitepapers is mijn conclusie dat ze allemaal voor zowel een beginnende als ervaren adviseur erg waardevol zijn”, zegt Gert-Jan Peters, senior technisch adviseur (parkeer)vastgoed gemeenten Arnhem in het blad VEXPANSIE van Vexpan. “Vaak zijn parkeergarages ondergeschoven kindjes bij gemeenten. Hoewel er veel geld in omgaat, is dat vaak niet echt zichtbaar. Om parkeergarages langjarig goed te kunnen laten functioneren is het voor eigenaar, exploitant en beheerder van groot belang dat betonwerk met alle facetten die daaraan vastzitten (vloerafwerking, dilatatievoegen de dergelijke) in een goede conditie te houden. De whitepapers kunnen hierin een belangrijke rol spelen.”

Volgens Paul zit je bij VBR-leden in ieder geval goed voor iedere vorm van reparatie: “VBR-bedrijven zijn allemaal gecertificeerd voor de uitvoeringsklasse constructief repareren (RS), in combinatie met de uitvoeringsklassen RT (technisch repareren) en RE (esthetisch repareren), zoals opgenomen in de CUR-Aanbeveling 118 ‘Specialistische instandhoudingstechnieken – repareren van beton’. Ook zijn alle VBR-bedrijven in het bezit van het VCA** certificaat (Veiligheid, Gezondheid en Milieu (VGM) Checklist Aannemers), dat gericht is op veilig werken en vermindering van het aantal ongevallen.”