Openbare verlichting als schakel in smart cities

De technologische ontwikkelingen in openbare verlichting gaan in hoog tempo. Openbare verlichting wordt niet alleen slimmer, maar kan zelfs gaan bijdragen aan smart cities. Het werkveld wordt in de toekomst dan ook alleen maar breder, zo verwacht voorzitter Arthur Klink van Stichting Openbare Verlichting Nederland. De stichting is deelnemer aan de Vakbeurs Openbare Ruimte.

Tekst: Henk Wind

Straatverlichting bij zonsondergang die een grid vormt boven bomen en weg.

“Straatverlichting vormt een heel mooi grid. Dat zou je prima kunnen gebruiken om data te verzamelen, bijvoorbeeld over luchtkwaliteit, warmte en verkeersintensiteit.” Foto: Pixabay.

Het is precies tien jaar geleden dat Stichting Openbare Verlichting Nederland (OVLNL) werd opgericht. “Destijds was het ultieme doel onszelf overbodig te maken. Dan zou je het goed voor elkaar hebben”, zegt voorzitter Arthur Klink. Inmiddels is de stichting echter alleen maar belangrijker geworden, vooral als kennisorganisatie. “Het is niet meer zo dat alle kennis bij de aannemers zit of bij de leveranciers, de adviseurs of de gemeenten. Je hebt elkaar nodig. Kennis moet je samenbrengen en juist daarvoor is de OVLNL opgericht.”

Tot de jaren ‘90 viel openbare verlichting onder de gemeentelijke energiebedrijven. Daarna werd de markt geliberaliseerd en werden gemeenten verantwoordelijk. Dat leidde tot versnippering van kennis. In 1997 besloten drie gemeenten informeel overleg te organiseren over dit thema. Dat groeide uiteindelijk uit tot de oprichting van OVLNL in 2015.

Snelle ontwikkelingen

Portret van Arthur Klink, voorzitter van Stichting Openbare Verlichting Nederland.

Arthur Klink: “Verlichting is allang niet meer een kabel en een paal en een lampje. Het is nu data, internet, communicatie en digitale aansturing. Dat zou de nieuwe generatie moeten aanspreken.” Foto: Aagje Studio Fotografie.

Ontwikkelingen gaan tegenwoordig hard, schetst Arthur. “In eerste instantie was openbare straatverlichting met name gericht op verkeersveiligheid. In de jaren ‘70 en ‘80 ging het vooral over sociale veiligheid, waarvoor allerlei studies werden gedaan naar de relatie tussen verlichting en veiligheid. Dat leidde tot de ontwikkeling van nieuwe lichttechnieken en materialen. Toch gingen ontwikkelingen vrij langzaam. Meestal liep dat een beetje gelijk met de levensduur van de armaturen. Nu zie je die ontwikkelingen veel sneller gaan.”

Al gaan ze misschien ook weer niet zo snel als gehoopt of gedacht, zo geeft hij aan, met name als het gaat om smart cities. “Bij smart cities gaat het om meer dan smart lighting. Slimme verlichting dat je kunt zien welk lampje wel of niet gebrand heeft, dat kennen we wel. Dat geldt ook voor schakelen op behoefte en licht geven waar en wanneer nodig is. Maar het gaat ook om andere functies. Straatverlichting vormt een heel mooi grid door heel Nederland. Dat zou je prima kunnen gebruiken om data te verzamelen, bijvoorbeeld over luchtkwaliteit, warmte en verkeersintensiteit. Die data kun je dan ook weer gebruiken om je verlichting te sturen.”

“We kennen inmiddels netcongestie op het elektriciteitsnetwerk. Maar dat kan ook zo maar optreden op het huidige communicatienetwerk. Het verlichtingsnetwerk is daar dan een prima aanvulling op. Met nieuwe technologie zoals Li-Fi, een techniek om data over licht te verzenden. Met Li-Fi kun je slimme auto’s aansturen en verkeersstromen managen, zoals middels vehicle to vehicle communicatie. Er zijn inmiddels serieuze studies naar dat soort ontwikkelingen. Maar ze staan nog wel in de kinderschoenen voor toepassing in de openbare ruimte.”

Landweg met enkele brandende lantaarnpalen in het donker.

“In de jaren ‘70 en ‘80 werd naast verkeersveiligheid ook sociale veiligheid belangrijk. De ontwikkelingen in techniek liepen toen ongeveer gelijk met de levensduur van een armatuur.” Foto: OVLNL.

‘Neiging tot eenvoud’

Dat de ontwikkelingen daarin niet zo snel gaan als soms gedacht of gehoopt, heeft volgens Arthur verschillende redenen. “Allereest de ‘neiging tot eenvoud’. Dat speelt vooral bij de eigenaren en beheerders. Waarom zou je meer investeren dan nodig is voor een aan/uitschakeling en een goede storingsregeling? Dat kost extra geld, vraagt meer kennis en geeft extra kans op storingen. De beheerder heeft niet gelijk belang bij smart cities en moet dan zelfs zijn assets beschikbaar stellen aan anderen. Dat is een moeizaam proces. Dat werkt heel anders dan op de consumentenmarkt. Wie levert nog een telefoon zonder wifi en connectiviteit? Maar er zijn wel nog steeds armaturen te koop die niet connectief zijn.”

“Er zijn wel enkele steden die als early adopters met dit soort ontwikkelingen bezig zijn. Er kan ook aan een netwerk worden verdiend. Maar de vraag is wie wat gaat doen en wie er aan gaat verdienen. Daarnaast ligt er een rol bij netbeheerders. Die zijn nu druk met vooral netcongestie, maar openbare verlichting heeft ook aandacht nodig. Zowel qua capaciteit om aan te sluiten, als de connectiviteit van het netwerk.”

Close-up van een felle brandende lantaarnpaal in de nacht.

“Er zijn wel nog steeds armaturen te koop die niet connectief zijn.” Foto: OVLNL.

Meer en bredere kennis nodig

De eerder geschetste ontwikkelingen vragen ook meer kennis van de beheerders. “De beheerder van de toekomst heeft wellicht andere vaardigheden dan die van nu en is integraler bezig met de openbare ruimte. Daar heb je kennis voor nodig. Ook bij opdrachtgevers. Vroeger hadden opdrachtgevers zelf de kennis in huis; daarna kwam de periode dat ze alles vooral overlieten aan de markt; nu is er weer de verschuiving naar deskundig opdrachtgeverschap. Die kennis is schaars en dus moet je met elkaar de samenwerking opzoeken.”

Arthur constateert echter dat dat nog wel eens lastig is vanwege regelgeving, onder meer het aanbestedingsrecht. “Een open markt is mooi, maar hoe ga je dan kennis en innovatie inkopen? Daarvoor moet je samenwerken aan beleid en innovatie. Er is geen enkele partij meer die alles weet. Je hebt elkaar nodig.”

“Ondertussen zie je dat aanbestedingen alleen maar moeizamer worden. Vroeger had je vijf fabrikanten; op de led-markt heb je er nu tientallen. Er zijn 4,5 miljoen lichtpunten in Nederland, waarvan 40% nog niet is voorzien van led. Dat is voor veel leveranciers een interessante markt. Opdrachtgevers kunnen niet meer zoals vroeger een bepaald merk voorschrijven. En dus proberen ze alles dicht te timmeren om te krijgen wat ze willen. Dat leidt bij elke aanbesteding tot heel veel vragen van heel veel partijen. Daardoor gaat het veel langzamer dan je zou willen. Als OVLNL werken we aan documenten om opdrachtgevers te ondersteunen bij deze aanbestedingen.”

Naast het verre toekomstbeeld van de smart cities zijn er ook thema’s die nu actueel zijn. “Denk aan mens, milieu, natuur. Dan gaat het om circulariteit van materialen, maar ook om voorkomen van lichtvervuiling en licht zo richten dat het schijnt waar je het wilt hebben. We hebben als verlichtingsorganisatie zelfs een platform ‘Donkerte’ opgericht. Het is soms de vraag of je wel moet verlichten. Maar denk ook aan verlichting die rekening houdt met mensen met een visuele beperking.”

Actuele thema’s

“Andere ontwikkelingen zijn dat er een langzame overgang te zien is van aansluiting op de standaard elektriciteitsnetten naar eigen netten voor verlichting. Dat biedt veel meer extra mogelijkheden. Een discussie die steeds weer eens opduikt, is die over gelijkstroom tegenover wisselstroom. Met gelijkstroom zou je dunnere kabels met grotere lengte kunnen gebruiken. Maar je moet zo’n netwerk dan wel helemaal zelf aanleggen, want de netbeheerders doen dat niet voor je. De vraag daarbij is of het echt zo veel verschil maakt. Voor nu is het in ieder geval veel gedoe om het voor elkaar te krijgen. Maar die discussie is er altijd geweest in de 44 jaar dat ik in dit vakgebied werkzaam ben.”

Jongeren interesseren

Waar Arthur zich echter vooral druk om maakt is de instroom van jongeren in deze wereld van verlichtingstechniek. “Achter de straatverlichting zit een hele wereld die reuze interessant is en waarin je zeker je ei kwijt kunt, ook als jongere die geïnteresseerd is in techniek. Verlichting is allang niet meer een kabel en een paal en een lampje. Het is nu data, internet, communicatie en digitale aansturing. Dat zou de nieuwe generatie toch moeten aanspreken.”

Hij is daarbij zeer blij met de rol die de OVLNL daarin vervult. “Daar ontmoet je elkaar en daar ben ik heel blij mee. Je kunt veel online doen en dat is nuttig, maar in de ontmoeting zit meer energie en ontstaan goede ideeën. Ik merk gelukkig dat ook jonge mensen het fijn vinden om elkaar af en toe te ontmoeten, niet alleen voor een vrijdagmiddagborrel maar ook werkgerelateerd. Ik ben er ook van overtuigd dat dit het werk leuker maakt omdat je persoonlijker en informeler contact met elkaar hebt. We willen het vakgebied graag promoten en jonge mensen motiveren en het leuk voor ze maken. Onder meer door het uitreiken van een award waar we vorig jaar mee zijn begonnen. We willen vooral laten zien dat het steeds leuker en interessanter wordt als je er meer van afweet.”

Vakbeurs Openbare Ruimte, standnr. 3.6.11.