Innovatieve ophoogtechnieken
Gemeenten op een slappe bodem zijn gemiddeld tweemaal zoveel geld kwijt aan het onderhouden van de openbare ruimte als gemeenten op stevige grond. Goede oplossingen zijn bijvoorbeeld lichte ophoogmaterialen of een andere wijze van aanleggen. Recentelijk is door adviesbureau Netics een overzicht met materialen en technieken volledig geactualiseerd en uitgebreid. Op het Congres Bodemdaling op 20 november is het nieuwe overzicht gelanceerd. Je kunt dit gratis downloaden.

Foto: Platform Slappe Bodem.
Tekst: Ing. Frank de Groot
Beeld: Kenniscentrum Bodemdaling en Funderingen, tenzij anders vermeld
Bodemdaling veroorzaakt in gemeenten op slappe bodem veel schade. Wegen verzakken, rioleringen, kabels en leidingen breken. De verzakte gedeelten kunnen worden opgehoogd met bijvoorbeeld zand. Maar het gewicht daarvan is wel 1.600 kg/m3. Daarmee neemt de belasting op de ondergrond weer toe en drukt er nog meer water uit de spons. Aangezien een veenlaag soms meer dan 10 meter dik is, gaat het bodemdalingsproces nog wel een tijdje door. Zo ontstaat een cyclisch probleem dat gemeenten op een slappe bodem tweemaal zoveel kost aan onderhoud als gemeenten op een draagkrachtige bodem.
Door lichtere ophoogmaterialen en innovatieve technieken toe te passen blijft de kwaliteit van de openbare ruimte langer op orde en kunnen levenscycluskosten worden gedrukt. Bovendien hebben inwoners en bedrijven minder vaak last van openliggende straten, omleidingen, verpaupering, afgebroken leidingen en ander ongemak. Er zijn inmiddels veel lichte materialen en technieken beschikbaar, zoals: EPS (15 tot 30 kg/m3), Bims (500 tot 900 kg/m3, droog gewicht), Argex-korrels (400 tot 500 kg/m3, droog gewicht), Schuimbeton (300 tot 600 kg/m3) en schuimglas (130 tot 260 kg/m3, droog gewicht). Maar de aanlegkosten daarvan zijn aanzienlijk hoger dan die van zand. Aan de andere kant neemt de levensduur van de constructie wel fors toe en nemen de beheerkosten fors af.
Gemeenten, ontwerpers, ontwikkelaars en aannemers zien soms door de bomen het bos niet meer. Daarom presenteert het Kenniscentrum Bodemdaling en Fundering (KBF) alle oplossingen in een handig overzicht. “In het najaar 2025 hebben we het overzicht grondig geactualiseerd. Deze actualisatie betreft een doorontwikkeling van de factsheet die door Sweco Nederland B.V. in 2019 is opgesteld”, vertelt Bernd van den Berg, kenniscoördinator van het Netwerk Openbare Ruimte. “We zijn blij dat we volop medewerking kregen van de importeurs en leveranciers van alle materialen en oplossingen. Voor iedere oplossing zijn namelijk belangrijke en actuele parameters zoals gewicht, kostprijs en sterkte uitgewerkt en gekwantificeerd. Dit is belangrijke informatie voor wie een goede keuze wil maken voor een ophoogproject.”

Zakbaakmetingen proefvakken in Kamerik. Bruin (bovenste) is Bims. Groen is Argex, geel is EPS en Terracotta (onderste) is zand. Deze laatste geeft veruit de meeste zetting.
Proefvakken
Om erachter te komen welke innovatieve, lichtere materialen bij bepaalde condities het meest geschikt zijn, zijn er inmiddels twaalf proefvakken gemaakt binnen zeven gemeenten. Dat gebeurt binnen het project ‘Uitbreiding Monitoring Proefvakken’ van de Regio Deal Bodemdaling Groene Hart. Ieder proefvak met lichtgewicht ophoogmaterialen wordt aangelegd tijdens de uitvoering van een standaard reconstructieproject. Voorbeelden van toegepaste lichtgewicht ophoogmaterialen zijn schuimglas, wilgentenen, EPS en Bims.
Ook in Kamerik is een proefvak ingericht. Expert infrastructuur bij het Kenniscentrum Bodemdaling en Funderingen, Arend van Woerden (Sweco), staat bij het proefvak. Hier zijn vier verschillende ophoogmaterialen toegepast: Bims (vulkanisch puimsteen), Argex (gebakken kleikorrels), EPS en gewoon zand als referentiemateriaal. “Waarom doen we dit? We hebben te weinig gedocumenteerde data over wat deze lichte ophoogmaterialen nou precies doen en hoe snel ze zetten. Dus weten we ook niet precies in welke situatie we welk materiaal nu het beste kunnen gebruiken. Daarnaast zien we dat de bodemdalingsmodellen onvoldoende in staat zijn om te voorspellen wat al deze materialen nou precies doen. Dus kun je ook niet goed een besluit nemen welke materialen je nou waar toepast.”
Arend vervolgt: “In opdracht van het Kenniscentrum Bodemdaling en Funderingen bekijkt Deltares met zeer geavanceerde technieken wat er nu exact in de bodem gebeurt. Hiermee kunnen we meer ervaring opdoen met al die verschillende materialen, maar we kunnen hiermee ook de bodemdalingsmodellen verbeteren. Doel is dat we het beheer van de openbare ruimte kostenefficiënter kunnen uitvoeren en voor de inwoners een duurzamere openbare ruimte kunnen realiseren.”

Ophoging Beneluxlaan Woerden met EPS.
Mycobase
Er wordt ook onderzoek gedaan naar biobased ophoogmaterialen, zoals Mycobase van Mycelco. Dit is een biobased materiaal uit onder andere lisdodde, hout, riet en bermgras. Dit materiaal wordt met een schimmel (mycelium) tot één geheel gevormd (natuurlijk composiet). Mycobase is volledig biologisch en geschikt voor volledig hergebruik. Het is van zichzelf water- en vlamwerend, zonder gebruik van toeslagstoffen en/of chemicaliën.
De Gemeenten Woerden en Alphen aan den Rijn hebben met middelen van Groene Hart Werkt een eerste proef gedaan. Het materiaal is toegepast in de buurt van de Kanis, gemeente Woerden. Er heeft een half jaar monitoring plaatsgevonden om inzichten te verschaffen hoe een dergelijk materiaal zich gedraagt als ophoogmateriaal op en onder het grondwaterniveau. Ingenieursadviesbureau Sweco heeft de monitoring verzorgd en een rapportage opgeleverd over de werking van het materiaal. Het materiaal blijkt, in ieder geval boven het grondwaterniveau, prima toepasbaar als licht ophoogmateriaal. Er is echter nader onderzoek nodig om een bio-seal te vinden waarmee het materiaal langer de benodigde karakteristieken van een licht ophoogmateriaal behoudt wanneer het onder het grondwaterniveau wordt toegepast.
Twee van de eerder genoemde grondstoffen zijn lisdodde en riet, die juist hier als teelt in gebieden die vernat worden ook een businesscase zouden kunnen opleveren. De productie vraagt op zich weinig energie. De meeste energie (en CO2-emissies) zit in ondersteunende processen, zoals transport en machinerieën (onder andere mengmachines). Deze grondstoffen zijn in elke gewenste, denkbare vorm te produceren en er zijn vele variaties met elk specifieke eigenschappen mogelijk. De grondstoffen komen uit lokale en regionale bronnen en hoeven dus niet geïmporteerd te worden. Het materiaal is absoluut niet toxisch. Zelfs bij brand ontstaan er geen giftige gassen.

Ophoging met Argex in Kockengen, gemeente Stichtse Vecht.
Project Levensduur EPS
Binnen de gemeenten Woerden en Alphen aan den Rijn zijn al in een eerder stadium locaties opgehoogd met EPS. Binnen het project ‘Levensduur EPS’ wordt op verschillende locaties EPS weer uit de grond gehaald en onderzocht. Zo hoopt men meer inzicht te krijgen in de levensduur en het gedrag van EPS. Het doel is om door middel van een laboratoriumonderzoek inzicht te verkrijgen in de kwaliteit, effectiviteit en hergebruikmogelijkheden van EPS. Voor dit onafhankelijke onderzoek zijn vijf monsters EPS van verschillende leeftijden en locaties uit de grond gehaald en onderzocht in een laboratorium.

Schuimglas wordt steeds vaker toegepast in de wegenbouw en openbare ruimte. Het is een granulair materiaal van opgeschuimd, gerecyled glas. Foto: Rotim Steenbouw BV.
Schuimglas
Schuimglas wordt steeds vaker toegepast in de wegenbouw en openbare ruimte. Het is een granulair materiaal van opgeschuimd, gerecyled glas. Het is een licht, sterk en vorstbestendig materiaal dat eenvoudig is te verwerken. De luchtbellen in schuimglas maken het enerzijds tot een licht materiaal en anderzijds tot een thermisch isolerend materiaal. Schuimglas is ondertussen een begrip aan het worden in bodemdalend Nederland. Omdat daardoor steeds meer partijen deelnemen aan deze markt, zijn er ondertussen ook verschillende soorten schuimglas op de markt.
Schuimglas is te verkrijgen met een gesloten celstructuur, een open celstructuur en een staafstructuur. Bij een gesloten celstructuur is lucht opgesloten waardoor geen water kan worden opgenomen, het gewicht daarmee constant blijft en het onder water zelfs een opdrijvend vermogen heeft. Bij een open celstructuur nemen de cellen door de tijd water op waardoor het gewicht fors toeneemt, zeker onder het grondwaterniveau. Bij een staafstructuur kan snel water worden opgenomen en afgevoerd. Hierdoor fluctueert weliswaar het gewicht, bij toepassing boven het grondwaterniveau, maar kan het worden toegepast voor vertraagde afvoer. Ook heeft ieder type schuimglas een eigen sterkte. Het is daarom belangrijk voor beheerders om te weten wat benodigd is.
Doordat schuimglas een grof en granulair materiaal is, kan (hemel)water er gemakkelijk doorheen spoelen. De holle ruimte varieert van circa 20 tot 40%, afhankelijk van de gradering en verdichtingsgraad. Schuimglas is goed te verdichten en geschikt als stabiele onderfundering bij woningbouw en wegenbouw.
De huidige generatie schuimglas wordt niet in Nederland geproduceerd maar voldoet wel aan de strenge emissie-eisen. Als je schuimglas als ophoogmateriaal inpakt met een scheidingsvlies (geotextiel) is het later weer eenvoudig op te nemen voor hergebruik. Geadviseerd wordt om bij de verwerking van schuimglas altijd te werken met de standaard persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals handschoenen en beschermende kleding. Schuimglas is niet asbesthoudend, maar inademing moet worden voorkomen. Het materiaal vochtig houden op droge dagen wordt aanbevolen.

Bij de Enterij in Alphen aan den Rijn wordt EPS weggegraven en vervangen door Bims.
Conclusie
De technieken uit het overzicht, die aanvankelijk duurder zijn, leveren door hun lange levensduur kostenbesparingen voor overheden op. Het overzicht is weergegeven in Excelformaat en bevat informatie die van belang is voor projectleiders bij gemeentelijke organisaties, beheerders, adviesbureau’s, aannemers en omgevingsdiensten. Hierbij is aandacht geschonken aan materiaaleigenschappen, aanlegaspecten, onderhoud, duurzaamheid, milieutechnische aandachtspunten, leveranciers, kosten en onderzoeksvragen. Het overzicht is tot stand gekomen door middel van bureauonderzoek en verschillende werksessies met experts op het gebied van techniek, wegenbouw, mobiliteit, duurzaamheid en geotechniek.
Complete overzicht downloaden? Ga naar www.kbf.nl. Vul in het zoekvak in: ‘ophoogmaterialen’. Je klikt vervolgens op ‘Lancering Factsheet Lichte ophoogmaterialen en technieken’.

Bron: samenvatting van ‘Overzicht Levensduurbestendige innovatieve ophoogtechnieken’.
Tip: Lees ook het artikel ‘Bouwen op slappe bodem vraagt om innovatie aanpak’, in GWW Totaal nr.7, 2025: www.gwwtotaal.nl/2025/12/16/bouwen-op-slappe-bodem-vraagt-om-innovatie-aanpak/.

Ophoging Lecksdijk met wilgentenen in buitengebied van gemeente Bodegraven-Reeuwijk.

Bij de Biezen in Alphen aan den Rijn worden er boorgaten gemaakt om meetinstrumentaria aan te brengen in de ondergrond. Op verschillende lagen in de ondergrond wordt vervolgens een anker geplaatst en daarmee kan met een extensometer per bodemlaag de bodemdaling worden gemeten.