“Meer samenwerking voor de uitdagingen van de toekomst”

Enorme opgaven in regulier en grootonderhoud van de bestaande infrastructuur. En ook de aanleg van nieuwe infrastructuur voor woningbouw, klimaatadaptatie en energietransitie. Uitdagingen op het terrein van nieuwe technieken, materialen en aanwas van jong talent dat kan inspelen op de maatschappelijke vragen van een toekomstig Nederland. Kortom: werk aan de winkel in de gww-sector. Een inspirerend interview met deltacommissaris Co Verdaas.

Tekst: Arie Grevers

De opdracht die de deltacommissaris van de regering heeft meegekregen, lijkt beperkt en eenduidig: rapporteer jaarlijks over de voortgang van het Deltaprogramma dat gericht is op waterveiligheid, voldoende zoetwater en een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting van Nederland. En adviseer over wat er op de lange termijn nodig is voor een klimaatvitale toekomst van Nederland.  Elke zes jaar worden de deltabeslissingen die aan de basis liggen van het Deltaprogramma  tegen het licht gehouden. Dit jaar is de tweede herijking. Richtsnoer daarbij zijn de geformuleerde doelstellingen voor 2050.

Maar om dat te kunnen doen, is het werkveld van deltacommissaris Co Verdaas verre van beperkt en eenduidig. Hij onderhoudt een brede waaier aan relaties in meerdere sectoren en maatschappelijke organisaties. In de agrarische sector, in bouw en infra (onder meer MKB INFRA) en in de industrie hebben ze inmiddels kennisgemaakt met hem, dan wel met een van zijn voorgangers. Goede contacten zijn er uiteraard ook met verschillende ministeries, provinciebesturen, gemeenten en waterschappen. Al die connecties voeden zijn kennis en die kennis kan hij weer delen en inzetten voor zijn rapportages, beleidssuggesties en herijking.

Onder meer de ondernemers betrekt hij daarbij graag als denktank en klankbord. En voor zover ze daarvan het belang nog niet inzien, probeert hij ze met argumenten te overtuigen. Dat doet hij ook vanuit zijn functie aan de TU Delft. Hier is hij verbonden aan de praktijkstoel Gebiedsontwikkeling, die inhoudelijk en financieel gesteund wordt door de Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling (SKG).

Aanwas nieuwe generatie

Deltacommissaris Co Verdaas: “De koers naar onze ambities voor 2050 gaat door een bocht die we met ons allen moeten nemen.” Foto: Raphael Drent.

Deltacommissaris Co Verdaas: “De koers naar onze ambities voor 2050 gaat door een bocht die we met ons allen moeten nemen.” Foto: Raphael Drent.

Co Verdaas: “Ik vind het belangrijk dat men elkaar kent en weet te vinden. Twee keer per jaar organiseren we voor de deelnemers van SKG – dat zijn private en publieke partijen – een deelnemersraad over de gang van zaken in de praktijk. Waar loop je tegenaan? Welke kennis zouden we moeten ontwikkelen? En soms gaat dat ook om fundamenteel onderzoek, waarvan de praktijk zegt: we snappen dat er morgen geen antwoord ligt, maar we vinden diepgravend onderzoek heel relevant. Promovendi en onderzoekers houden ervan dat hun werk betekenisvol is. Maar iemand moet zich verantwoordelijk voelen, de organisatie in handen nemen en ervoor zorgen dat het landt en de resultaten hun weg vinden naar de praktijk. Daar heb je een structuur voor nodig die gedragen wordt door vele partijen. Er is al veel uitwisseling, en in de watersector is het goed op orde, maar daarbuiten kan het robuuster.

Voor de continuïteit van bedrijvigheid is de aanwas van nieuwe generaties doeners, denkers en ontwerpers noodzakelijk. De urgentie wordt dwingender als je een beeld kunt vormen van waar de samenleving van de toekomst behoefte aan zal hebben. Het dichtst bij een voorstelling van die behoeften kom je door er gezamenlijk, met alle betrokken partijen naar te kijken, erover te praten en eraan te werken.

“Dat is eigenlijk precies waar ik ook als deltacommissaris mee bezig ben: mobiliseren van partijen die gezamenlijk het verschil kunnen maken. Ik wil processen op gang brengen, katalysator zijn, voor de taken die de doelstellingen van de overheid voor 2050 dichterbij brengen. Natuurlijk binnen het kader van mijn opdracht. En ik vind het een voorrecht dat ik me hiermee bezig mag houden.”

Veel werk aan de winkel

Er zit in ieder geval heel veel werk voor mkb-ondernemers in de pijplijn: onderhoud van bestaande infrastructuur en nieuwe projecten. Er is veel geld voor gereserveerd, want er staat maatschappelijk, economisch en qua bestaansveiligheid veel op het spel. Verdaas trekt de vergelijking met de aanleg van de deltawerken na de watersnoodramp van februari 1953. Dat kostte enorm veel geld, maar iedereen vond toen dat het moest gebeuren en daarom kunnen de mensen in het zuidwesten van Nederland veilig wonen.

En eigenlijk werken we in Nederland al eeuwen aan een leefbare delta met waterkeringen die ons beschermen tegen de zee en hoogwater van de rivieren en met een fijnmazig watersysteem dat ons in staat stelt zoetwater te benutten en te veel water af te voeren. De nieuwste inzichten in de gevolgen van de wereldwijde klimaatverandering laten zien dat we in Nederland vaker te maken gaan krijgen met weersextremen, met langdurige droogte, zoetwatertekorten en extreme regenbuien.

“In 2021 kreeg Limburg in twee dagen tijd 200 millimeter regenwater te verwerken. Dat leidde tot overstromingen en net over de grens in het Duitse Nordrhein-Westfalen tot meer dan honderd slachtoffers. We hebben stresstesten uitgevoerd: wat gebeurt er bij een herhaling van die Limburgbui. Dat hebben we voor dertien stroomgebieden gedaan, gespreid over heel Nederland. Je weet niet waar of wanneer zo’n bui gaat vallen en hoeveel millimeter er precies zal gaan vallen. Maar door de stresstesten weten we wel bij benadering wat de gevolgen zullen zijn. Daarin breng je dan prioriteiten aan. Wat is van vitaal belang en moet beslist kunnen blijven functioneren bij calamiteiten? Denk aan ziekenhuizen en dergelijke. Je kunt ook risico’s in kaart brengen. Zo blijken twee belangrijke servers die diensten leveren voor de financiële sector en het betalingsverkeer binnen één ringdijk te zijn gevestigd. Dat is niet handig.”

Vasthouden in plaats van snel afvoeren

De omstandigheden per stroomgebied zijn telkens anders. De Drentse Aa is niet te vergelijken met Amsterdam en omgeving. En de situatie in de polders verschilt van het stroomgebied van de Dommel in Oost-Brabant of het heuvelland in Overijssel.

Het stroomgebied van de Dommel is volgens Verdaas exemplarisch voor hoe we de afgelopen eeuwen het waterbeheer hebben aangepakt. “Dat we het water zo snel mogelijk moeten afvoeren, zit ons zo ongeveer in de genen gebakken. In het stroomgebied van de Dommel heeft dat geleid tot een goed onderhouden slotennetwerk van 30.000 kilometer. In heel Brabant hebben we het over 100.000 kilometer. Dat is een prestatie van formaat en was lange tijd zinvol. De snelle afvoer heeft echter ook een keerzijde waar we nu mee worden geconfronteerd. Als het hard regent, loopt het water heel snel het gebied uit. In de lager gelegen delen kun je dan wateroverlast krijgen. Tijdens drogere perioden met hoge temperaturen kom je tot de ontdekking dat je te veel water hebt afgevoerd. Dat leidt tot economische schade en problematisch lage grondwaterstanden. Dat is niet waterrobuust zoals we dat in de ambities voor 2050 hebben verwoord.”

Hoe moet het dan wel? “Het regenwater zoveel mogelijk vasthouden waar het valt door de omgeving wateradaptief te maken. Denk aan parken geschikt maken voor wateropvang en nog meer ruimte voor beken en rivieren dan we nu al hebben. Ik ben me ervan bewust dat je zoiets niet op stel en sprong realiseert. Je kunt niet in een paar jaar de geschiedenis van honderd jaar uitwissen. En ik begrijp heel goed dat er discussies ontstaan over hoe je de belangen moet wegen.”

Nederland werkt al eeuwen aan een leefbare delta met waterkeringen die ons beschermen tegen de zee en hoogwater van de rivieren en met een fijnmazig watersysteem dat ons in staat stelt zoetwater te benutten en te veel water af te voeren. Foto: Deltaprogramma.

Discussie Cortelande

Eén van die discussies brandde onlangs weer los over een al jarenlang slepende kwestie en haalde voor de zoveelste keer de nationale televisie. De gemeente Zuidplas wil een nieuw dorp, Cortelande, met 8.000 woningen realiseren in Zuiderplaspolder. Het verantwoordelijke waterschap, het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, vindt dat niet zo’n goed idee. De polder ligt namelijk ongeveer 6.80 meter beneden NAP en is daarmee het laagst gelegen gebied van Nederland. Waarom zou je juist daar bouwen in een tijd waarin we door klimaatverandering rekening moeten houden met zeespiegelstijging en hoogwater in de rivieren? In de nieuwsuitzending spitste de discussie zich toe op wie het voor het zeggen moet hebben in zo’n geval: de gemeente of het waterschap. Tot nu toe heeft het waterschap een adviserende rol en neemt de gemeente, met op de achtergrond de provincie, uiteindelijk het besluit. Maar zou de stem van het waterschap niet veel zwaarder moeten wegen en moet dat dan wettelijk vastgelegd worden? Deze vragen waren de kern van het nieuwsitem.

Hoe zou desgevraagd het advies van de deltacommissaris luiden? “Het feit dat er discussie is, is een teken dat we ons bewust zijn van de risico’s. Wel goed om onderscheid te maken tussen waterveiligheid en wateroverlast. Die raken elkaar. Een derde van Nederland ligt onder NAP. In Nederland wonen ongeveer 4 miljoen mensen onder zeeniveau. Strikt genomen is het niet zo relevant of je vijf of zes meter onder NAP woont en evenmin of er op die locatie 8.000 woningen bijkomen of niet. De oorspronkelijke discussie tussen waterschap en gemeente ging over de vraag of er wel genoeg rekening gehouden werd met het risico van wateroverlast. Waterveiligheid was helemaal geen issue. Mijn voorganger en eerste deltacommissaris, Wim Kuijken, heeft  bemiddeld. Er is extra geld gekomen en er is kritisch gekeken naar de inrichting. En in de plannen die voorliggen, zullen de toekomstige bewoners van de nieuw te bouwen woningen minder risico lopen op wateroverlast dan de mensen die al binnen de dijkring wonen.”

Met z’n allen de bocht nemen

Volgens Verdaas verloopt het overleg tussen gemeenten en waterschappen in negen van de tien gevallen in volstrekte harmonie en wordt aan de voorkant met dankbaarheid gebruik gemaakt van de kennis en kunde van de waterschappen. “Het is niet verstandig om op basis van een incident rigoureuze maatregelen door te voeren.  In de aangehaalde casus vindt men elkaar een keertje niet en ook dan wordt het uiteindelijk opgelost. We zitten nog volop in de fase van een zoektocht naar de juiste weg. De koers naar 2050 gaat door een bocht die we met ons allen moeten nemen. Daarbij past een constructief gesprek waaraan overheden, waterschappen, ontwikkelaars, banken, verzekeraars, burgers en ondernemers deelnemen.”

Taken van deltacommissaris

De functie van de deltacommissaris is wettelijk verankerd in de Deltawet, die op 1 januari 2012 in werking is getreden. De Deltawet omschrijft de bevoegdheden, taken en verantwoordelijkheden van de deltacommissaris, die onder andere adviezen uitbrengt aan bewindspersonen. De deltacommissaris zorgt voor draagvlak voor het Deltaprogramma waarbinnen het Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen samenwerken aan maatregelen voor waterveiligheid, zoetwaterbeschikbaarheid en een klimaatbestendige inrichting van ons land.

Meer informatie over het Nationaal Deltaprogramma en het werk van de deltacommissaris is te vinden op de website deltaprogramma.nl.