Veiligheid nachtwerk op spoor verdient meer aandacht

Herstelwerkzaamheden op het spoor worden voornamelijk in de nacht uitgevoerd om ervoor te zorgen dat treinen overdag blijven rijden en de overlast voor reizigers en vervoerders tot een minimum wordt beperkt. Monteurs, lassers en werkplekbeveiligers houden met het nachtwerk het spoor operationeel. Arbeidsveiligheid bij nachtwerk op het spoor verdient echter meer aandacht. Dat staat in de verkenning Nachtarbeid op het spoor die de Nederlandse Arbeidsinspectie in januari publiceerde.

Foto: Nederlandse Arbeidsinspectie.

Foto: Nederlandse Arbeidsinspectie.

Bij (herstel)werkzaamheden op het spoor staat spoorveiligheid voorop; aanrijdingen en bijvoorbeeld elektrocutie moeten altijd worden voorkomen. Maar aan (nachtelijke) vermoeidheid, gehoorbescherming bij lawaai of blootstelling aan (gevaarlijke) stoffen wordt te weinig gedacht. De verkenning laat zien dat er verbeterpunten zijn op het gebied van gezond en veilig werken op het spoor in de nacht.

Het dodelijke arbeidsongeval in Voorschoten in 2023 met een krol (spoorwegkraan) liet opnieuw zien hoe kwetsbaar nachtwerk is. Meerdere aannemers werken gelijktijdig aan of op eenzelfde baanvak met eigen werkwijzen en materieel. Vaak ontbreekt het overzicht op de totale uitvoering. Verder blijkt dat slechts één van de twaalf betrokken bedrijven in de verplichte Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) expliciet aandacht heeft voor nachtarbeid of samenlooprisico’s. De aandacht gaat vooral uit naar spoorveiligheid.

Erkennen veiligheidsrisico’s

Het erkennen van veiligheidsrisico’s is terecht, zegt de Arbeidsinspectie. Tegelijkertijd moeten werkgevers ook risico’s als vermoeidheid en lawaai onderkennen. Het komt ook vaak voor dat er op eenzelfde plek meerdere werkzaamheden worden uitgevoerd. Zoals laswerkzaamheden terwijl er tegelijkertijd door een andere aannemer met licht ontvlambaar materiaal wordt gewerkt. Dat brengt risico’s met zich mee en het is daarom belangrijk dat werkgevers preventief maatregelen nemen om deze veiligheidsrisico’s te beperken.

Inzet zzp’ers

Bijna de helft van de mensen die ’s nachts op het spoor werkt, is zzp’er. Bij deze zelfstandigen is er te weinig zicht op de werkuren die zij in de nacht maken. En voeren zij daarnaast nog extra werkzaamheden overdag elders uit? Hierdoor kan hun totale werktijd te lang zijn. Dat is ongezond én risico verhogend.

Veel zzp’ers werken tijdens de nacht onder gezag van aannemers of werkplekbegeleidingsbedrijven (WPB). De hoofdaannemer bepaalt waar, wanneer en hoe ze werken. Men werkt daarbij in vaste ploegen, onder leiding van anderen. Dat lijkt wel heel erg op werken in loondienst, maar zonder de bescherming ervan. Die indruk wordt nog verstrekt doordat zzp’ers contributie moeten betalen aan werplekbeveiligingsbedrijven voor opleidingen en aansprakelijkheidsverzekeringen.

Foto: Van Gelder Groep.

Foto: Van Gelder Groep.

Arbeidstijden: controle bestaat nauwelijks

Op papier wordt toezicht gehouden door werkgevers en aannemers via het Digitaal Veiligheidspaspoort (DVP). Daarin staat wie bevoegd is om aan het spoor te werken en hoeveel tijd er zit tussen twee diensten. In de praktijk blijkt de DVP-app echter vooral een aanwezigheidsregistratie is, geen werktijdensysteem. Ruim 80 procent van de werkplekbeveiligers zegt arbeidstijden te controleren via DVP, maar de sector vertrouwt daarmee op een systeem dat weinig of geen grip biedt:

  • De app registreert niet het andere werk dat iemand overdag doet.
  • Manuele correcties maken manipulatie mogelijk.
  • Sommige werknemers klokken niet in of uit, of werken zonder pas.
  • Het systeem kan eenvoudig omzeild kan worden.

Toekomst

De Arbeidsinspectie gebruikt de verkenning om de sector te informeren. En ProRail, aannemers, WPB-bedrijven en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werken aan structurele verbeteringen. Voor meer zicht op arbeidstijden, aandacht voor vermoeidheidsrisico’s en meer ruimte voor onderhoud overdag.