Aanbestedingsprocedure
De allereerste Europese Richtlijn inzake overheidsopdrachten voor werken had als doelstelling ‘het vrij verrichten van diensten op het gebied van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken mogelijk te maken door de nationale procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken te coördineren’. Met andere woorden: de aanbestedingsprocedures moesten in de basis overal hetzelfde worden ingericht om grensoverschrijdende concurrentie, het dragende onder de Interne Markt, te vereenvoudigen.
Inmiddels is een aanbesteding ook de plek waar de aanbestedende diensten de nodige maatregelen moeten nemen om ervoor te zorgen ‘dat voldaan wordt aan milieu-, sociaal- en arbeidsrechtelijke verplichtingen’. Controle op de naleving daarvan moet geschieden in de desbetreffende stadia van de aanbestedingsprocedure. Dat wordt nog aangevuld met beoordeling van integriteit en daarmee hebben we een proceduremodel geschapen, waar bergen gegevens moeten worden ingediend en beoordeeld, die weinig of niets meer te maken hebben met het gewenste product. Maar er moeten wel weer enorm veel goedbedoelende en ijverige mensen mee aan de slag, terwijl zij alleen iets toevoegen aan de procedure, maar weinig tot niets aan het product of de kwaliteit daarvan. Sterker nog, zij moeten oordelen over zaken, waar we eigenlijk gespecialiseerde instituten voor hebben, zoals ILT, arbeidsinspectie, FIOD, ACM en ECD, die onderdeel uitmaken van ons rechtssysteem.
Momenteel wordt in Europa en in Nederland gekeken hoe we de administratieve lasten kunnen terugdringen. Volgens mij hebben we hier laaghangend fruit of in het Engels: een no-brainer: breng de aanbesteding terug naar zijn essentie, namelijk het selecteren van een partij die een optimaal product tegen een redelijke prijs maakt. Vermijd daarbij belemmeringen voor de Interne Markt en laat al het andere over aan de instituten die dat andere tot taak hebben. Dan spelen we bij opdrachtgevers en opdrachtnemers heel veel capaciteit vrij om dat te doen, waar we goed in zijn: werken aan de fysieke en sociale verbinding, die infrastructuur heet.