Onbekend maakt onbemind: biodiverse bermen

Artikel delen

Iedereen kent de Veluwe, maar wie kent de bermen? Met een oppervlakte van 1.500 km2 is het totale netwerk van Nederlandse bermen anderhalf keer zo groot als de Veluwe. Niet voor niks noemt bouwbedrijf Heijmans alle bermen langs wegen, vaarwegen en spoorlijnen het grootste natuurgebied van Nederland. De Nederlandse bermen zijn daarmee een belangrijk leefgebied voor veel plant- en diersoorten. De Vlinderstichting geeft aan dat bermen en groenstroken zelfs het enige leefgebied van zeldzame vlindersoorten als het donkerpimpernelblauwtje zijn. Ook vogelsoorten zoals de kneu profiteren van de zaden in bermen, zo stelt De Vogelbescherming. Genoeg reden dus om de bermen eens in de schijnwerpers te zetten!

Tekst: Aart Berghorst, NL Greenlabel

Dagpauwoog en blinde bij. Foto: Pieter van den Braak.

Dagpauwoog en blinde bij. Foto: Pieter van den Braak.

Biodiversiteit is een woord dat veelvuldig voorkomt, maar wat betekent het eigenlijk? In het ‘Deltaplan Biodiversiteitsherstel’ wordt biodiversiteit als volgt omschreven: ‘de variëteit aan soorten, ecosystemen en landschappen’. David Attenborough zegt: ‘de totale variëteit van alle vormen van leven op aarde’. Kortweg de verscheidenheid aan leven in een bepaald gebied. Dit leven bestaat uit dieren, planten en micro-organismen. Niet te vergeten de genetische variatie binnen soorten. Deze algehele variatie zorgt immers voor een robuust en weerbaar ecosysteem.

Bermen ogen misschien niet als echte natuur, maar kunnen door gevarieerdheid een sterke bijdrage leveren aan de biodiversiteit. Zowel voor insecten, amfibieën, reptielen, vogels en kleine zoogdieren. In dit artikel ligt de focus op insecten, aangezien insecten aan de basis van de voedselketen staan. Biodiverse bermen zijn belangrijk omdat een wetenschappelijk onderzoek uit Duitsland toont dat het insectenleven met 75% is afgenomen. Om deze afname een halt toe te roepen en om te buigen naar herstel is verandering nodig. In plaats van intensief beheer met als resultaat strakgemaaide bermen, moeten we naar extensief beheer met kruidenrijke graslanden, struiken en bomen.

Biodiverse bermen

Bermen zijn één van de weinige plekken waar planten zich nog spontaan kunnen en mogen vestigen. Hierdoor kennen – over het algemeen – de bermen een grote verscheidenheid aan planten. Immers, hier bepaalt de natuur zelf wat mag groeien, in plaats van de mens. Welke plant zich hier succesvol vestigt hangt af van verschillende factoren. Iedere plant heeft zo zijn voorkeur: veel zon of juist schaduw, een schrale- of rijke bodem, droog of vochtig. In veel gevallen zijn dit planten die vaak als ‘onkruid’ worden bestempeld, hoewel juist die soorten voor de natuur zeer waardevol kunnen zijn.

De levenscyclus van sommige insecten hangt af van bepaalde plantsoorten. Juist deze specialisten hebben het hedendaags moeilijk. Zo is de paardenbloem belangrijk voor verschillende soorten vlinders en wilde bijen, maar ook planten als sint-janskruid, slangenkruid en akkerdistel zijn belangrijk. Deze inheemse planten worden steeds vaker bedreigd door invasieve exoten, waaronder de Japanse duizendknoop. Databedrijf Datacadabra heeft een goede innovatie ontwikkeld: de MowHawk. Dit is een slim camerasysteem op een bermmaaimachine om het maaisel te controleren op onder andere invasieve exoten, maar ook plastics en ander afval. Dit kan helpen om inheemse soorten te beschermen en bermvervuiling tegen te gaan.

Als klein dichtbevolkt land heeft Nederland een dicht wegen- en spoornet. Doordat deze wegen en sporen het hele land doorkruisen fungeren de naastgelegen bermen als natuurlijke verbindingszones. Planten en dieren kunnen zich via deze bermen verspreiden naar nieuwe leefgebieden. Door deze verspreiding dragen ze ook bij aan genetische variatie en daarmee aan een robuust en weerbaar ecosysteem.

Foto: Pieter van den Braak.

Foto: Pieter van den Braak.

Beheer

Voorbeeld van sinusbeheer: per maaibeurt blijft circa 40% van de vegetatie staan en wordt gewerkt met slingerende maaipaden, de sinuspaden. Foto: Krinkels / VHG.

Voorbeeld van sinusbeheer: per maaibeurt blijft circa 40% van de vegetatie staan en wordt gewerkt met slingerende maaipaden, de sinuspaden. Foto: Krinkels / VHG.

Ongerepte graslanden worden door natuurlijke grazers in stand gehouden. Deze grazers eten nooit het hele gebied in één keer kaal, maar trekken rond. Dit is idealiter de meest duurzame manier van beheer, maar voor bermen is dit in veel gevallen geen praktische oplossing. Deze gefaseerde manier van ‘maaien’ is echter wel waar biodiverse bermen bij gebaat zijn. Insecten en ongewervelden leven gedurende het gehele jaar in bermen. Ze zoeken er naar voedsel, planten zich voort en overwinteren als pop, larve of als volwassen imago. Dit betekent dat er met elke maaibeurt leven verloren gaat.

Hoe de bermen te beheren, zodat er zo weinig mogelijk leven verloren gaat? De Vlinderstichting heeft samen met stichting Groenkeur een keurmerk voor ecologisch bermbeheer ontwikkeld, genaamd ‘Kleurkeur’. De twee belangrijkste punten van Kleurkeur zijn gefaseerd maaien en het afvoeren van het maaisel. Met gefaseerd maaien wordt bedoeld dat niet alles in één keer wordt gemaaid. Op deze manier blijft er altijd een stukje ongemoeid, waarin insecten ongestoord verder kunnen leven. Het afvoeren van het maaisel zorgt ervoor dat de voedingsstoffen niet in de bodem worden opgenomen en grassen de overhand nemen. Zo kunnen kruiden blijven floreren. Het bedrijf WaardeWenders maakt van dit maaisel zelfs papier en draagt daarmee bij aan een circulaire economie.

Gefaseerd maaien kan het best via het zogeheten sinusbeheer: ‘per maaibeurt blijft circa 40% van de vegetatie staan en wordt gewerkt met slingerende maaipaden, de sinuspaden. Deze variëren in ruimte en tijd. Als resultaat ontstaat heel veel variatie, wat uitermate gunstig is voor de biodiversiteit’ (bron: De Vlinderstichting). Natuurfotograaf Peter Bulsing, ’voorvechter van de ongewervelden’ gaat nog een stap verder en opteert naast gefaseerd maaien ook voor minder maaibeurten. Elk jaar wordt maximaal 50% gemaaid. Het jaar erna wordt dan de andere 50% gemaaid. Op deze manier blijft de helft van de berm een heel jaar ongemoeid, waardoor populaties insecten en andere dieren in al hun levensvormen in stand worden gehouden.

De vlinder als graadmeter

Hoe weten we of we goed bezig zijn met het beheer van onze bermen? Vlinders zijn een goede graadmeter. Zij voelen zich thuis in robuuste natuurgebieden waar de natuur ‘aan zichzelf wordt overgelaten’. Gaat het goed met het landschap, dan gaat het goed met de vlinders en omgekeerd. De rupsen hebben een warm microklimaat nodig, met voldoende waardplanten (noodzakelijk voor voortplanting van de soort), schuilmogelijkheden en een plek om te verpoppen. Vlinders hebben bloemen nodig als nectarbron, waardplanten om hun eitjes af te zetten en schuilmogelijkheden tegen weer en wind. De argusvlinder is een soort die sterk is afgenomen, maar profiteert van bloemrijke bermen. Verschillende soorten grassen die in bermen voorkomen, waaronder kropaar, dienen als waardplant. Het kaasjeskruiddikkopje is een andere vlinder die profiteert van bloemrijke bermen en heeft als waardplant onder andere groot kaasjeskruid. Biodiverse bermen dienen als leefgebied en bevorderen de uitwisseling tussen populaties en dragen daarmee bij aan genetische variatie.

Conclusie

Met dit artikel willen wij onder andere aantonen dat we in de huidige biodiversiteitscrisis ons niet alleen moeten richten op grote natuurgebieden, maar juist ook op kleine gebieden dichtbij huis. Het gaat immers niet alleen om kwantiteit, maar ook om kwaliteit. Verschillende bedreigde vlinders en wilde bijen tonen dit aan door bermen succesvol als nieuw leefgebied te koloniseren. Ons credo is dan ook de 50% regel. Dat houdt in: maai iedere keer dat je maait de helft van de berm en halveer het aantal maaibeurten. Dat levert niet alleen een besparing op in euro’s en CO2-uitstoot, ook de biodiversiteit vaart er wel bij.

NL Greenlabel bestaat 10 jaar!

Ruim tien jaar geleden vonden landschapsontwerper Nico Wissing en tv-tuinman Lodewijk Hoekstra elkaar in hun gezamenlijke passie voor de natuur en hun onvrede over de manier waarmee de groene sector met de natuur omsprong. Het ging hen met name om bewustwording omtrent de herkomst, fabricage en restverwerking van producten die in de leefomgeving werden toegepast. Aan de hand van duurzaamheidspaspoorten voor producten en planten wilden ze die bewustwording vergroten. Later kwamen daar paspoorten voor tuinen, terreinen en gebieden bij.

Inmiddels is NL Greenlabel uitgegroeid tot een netwerkorganisatie met circa 200 aangesloten partners – van grote bouwbedrijven tot kleine hoveniers – die zich inzetten voor een groenere, duurzame wereld. NL Greenlabel is leider van de brede coalitie die zich sterk maakt voor ‘natuurinclusief bouwen’ en zit aan tafel zit bij ministeries en de top van het bedrijfsleven. In het kader van het 10-jarig bestaan is een nieuwe ambitie geformuleerd: De waarde van groen in de leefomgeving in 2030 verdubbeld hebben.

Meer weten? Ga naar www.nlgreenlabel.nl