Groenbeleid voor hooikoorts ontbreekt
Nederlandse gemeenten planten nog altijd op grote schaal boomsoorten die bekendstaan als sterke verspreiders van allergene pollen, zoals berk, els en hazelaar. Terwijl miljoenen Nederlanders kampen met hooikoortsklachten, weegt de gezondheidsimpact van deze bomen in gemeentelijk beleid vrijwel nergens structureel mee. Dat blijkt uit een landelijke enquête van Radar onder 181 Nederlandse gemeenten en een analyse van gemeentelijk bomenbeleid.

Voor miljoenen Nederlanders veroorzaken berken-, elzen- en hazelaarpollen jaarlijks jeukende ogen, benauwdheid, hoofdpijn en extreme vermoeidheid. Door zachtere winters begint het pollenseizoen bovendien steeds eerder. “Sommige bomen bloeien al rond kerst. Voor een deel van de patiënten — met name mensen die naast boompollen ook allergisch zijn voor grassen — kan dit neerkomen op acht tot negen maanden klachten per jaar”, aldus internist-allergoloog Richard Oei (DC Klinieken / Stichting Nationale Allergie Monitor).
Hooikoorst en pollen in cijfers
- Ongeveer 2 miljoen Nederlanders hebben een pollenallergie.
- Eén enkele berk kan tot 100 miljoen pollen per seizoen produceren.
- Klachten beginnen vaak al bij 20–50 pollen per m³. Die waarden worden regelmatig overschreden.
- Kruisallergieën zijn inmiddels de meest voorkomende voedselallergie in Nederland.
Gemeenten anticiperen zelden
Slechts zeven procent van de gemeenten houdt bij het aanplantbeleid structureel rekening met pollenallergie. Eénderde doet dit projectmatig en éénderde doet dit soms. Een kwart houdt er helemaal geen rekening mee. Boomkeuzes draaien vooral om ecologie, worteldruk, onderhoudskosten en ruimtelijke inpassing. De langdurige gezondheidsgevolgen voor bewoners worden nauwelijks meegewogen.
De gemeenten die meededen aan de enquête gaven aan in de afgelopen twee jaar vooral els (86%), berk (80%) en hazelaar (72%) te planten. Deze soorten behoren echter tot de meest pollen producerende bomen in Nederland. Meer dan de helft van de gemeenten (56%) geeft aan geen beleid te hebben om hooikoorts en pollenbelasting structureel mee te nemen bij de boomaanplant, en daar ook geen plannen voor te hebben. Slechts 13% heeft dit vastgelegd in beleid en een magere 9% werkt er momenteel aan of heeft dit op de agenda staan.
Groningen positieve uitzondering
Één gemeente vormt een duidelijke uitzondering: Groningen. Daar wordt al jaren expliciet rekening gehouden met pollen belasting. In het huidige bomenplan staat: “Gezien het grote aantal mensen dat gevoelig is voor pollen, wordt bij de keuze voor soorten rekening gehouden met de allergene eigenschappen.” In het nieuwe bomenplan wordt dit een vast criterium bij alle nieuwe aanplant. De gemeente gebruikt daarbij het Bomenkompas van het LUMC en een eigen soortenlijst.
Volgens gemeentewoordvoerder Natascha van ’t Hooft wil Groningen voorkomen dat sterk pollenproducerende bomen in grote aantallen terechtkomen op plekken waar veel mensen dagelijks verblijven: “We willen de leefomgeving gezonder maken, vooral op plekken waar veel mensen wonen, naar school gaan of zorg ontvangen. Dat vraagt om bewustere soortkeuzes.”
Bron: Radar.