“Behapbare uitvragen voor mkb in belang van samenleving”

Geen groene retoriek, geen schijnvertoning. De eerste elektrische wals in Nederland werd door Versluys ook daadwerkelijk functioneel ingezet op de werken; niet even voor de foto en het persbericht. Dat zegt directeur Versluys Wegenbouw Patrick van Wijngaarden. Hij is opgeleid in het grootbedrijf, maar voelt zich na een gewenningsperiode buitengewoon senang bij de mkb-onderneming.

Tekst: Arie Grevers
Beeld: Versluys Groep

Asfalteermachine en wals van Versluys Wegenbouw tijdens wegonderhoud.
Asfalteermachine en wals in de kleuren van Versluys & Zoon.

De Versluys Groep in Bodegraven kent twee kernactiviteiten: Wegenbouw en Verkeerstechniek. Het managementteam bestaat uit Jan de Boer (algemeen directeur Versluysgroep), Remco Mur (directeur Verkeerstechniek) en Patrick van Wijngaarden (directeur Wegenbouw). Dit artikel gaat met name over de wegenbouw. Met Patrick is daarom het vraaggesprek gevoerd voor deze bedrijfsreportage. En hij werkt lang genoeg bij Versluys – sinds 2010 –  om alles te kunnen vertellen over de geschiedenis, de strategische samenwerkingen, het beleid, de zorgen en de deelnemingen in andere bedrijven.

“We zijn al 127 jaar een familiebedrijf. Sinds het afscheid van de tweede generatie, Piet Versluys, is de dagelijkse leiding in handen van mensen van buiten de familiekring. Het aandeelhouderspakket is echter in handen gebleven van de familie.”

Sterke groei

Patrick van Wijngaarden, directeur van Versluys Wegenbouw.
Patrick van Wijngaarden, directeur Versluys Wegenbouw: “We investeren veel in machines, maar zeker evenveel in onze mensen. Niet omwille van groei, maar omwille van continuïteit.”

Versluys is de laatste decennia sterk gegroeid. Dat geldt voor het aannemersbedrijf en in het bijzonder voor verkeerstechniek. De wegenbouwtak heeft zich toegelegd op asfaltverharding. Met vier asfaltploegen voert Versluys Wegenbouw werk uit voor gemeentes en provincies. Verkeerstechniek zorgt voor tijdelijke verkeersmaatregelen bij werkzaamheden, calamiteiten, evenementen en bij werken van kabel- en leidingbedrijven.

Verder heeft Versluys Groep deelnemingen in een asfaltcentrale, transportonderneming laboratorium en bedrijven voor verkeerstechniek, belijning en markering, frezen en voor levensduur verlengende onderhoud. Alle activiteiten zijn wegenbouw gerelateerd. 

CO2-neutraal en emissievrij

In het laboratorium annex kenniscentrum werkt Versluys samen met de partners onder meer aan asfalt. “In 2035 hopen we zover te zijn dat we bijvoorbeeld biologische materialen kunnen inzetten. Asfalt is op zich goed te recyclen, maar in dat proces komt benzeen vrij en dan ben je toch bezig het paard achter de wagen te spannen. Met die biologische grondstoffen voorkom je dat.”

Ook wil het bedrijf over tien jaar al het materieel emissievrij hebben. Belangrijke stappen zijn al gezet. “Toen Millenaar & Van Schaik, het bedrijf dat al 60 jaar voor ons asfalt rijdt, flink wilde investeren in elektrische vrachtwagens, hebben we een aandeel in het bedrijf genomen. Zo delen we het risico en de lasten en werken we samen aan emissievrij transport en een dito werklocatie. Het vernieuwende innovatieve denken is ook in lijn met ons bedrijfsbeleid. We waren het eerste bedrijf, waarschijnlijk wereldwijd, die met een eigen ontwikkelde elektrische wals op de werken aan de slag ging. Niet voor het plaatje en het persbericht, maar een functionerende wals die ingezet wordt op de werken.” 

Dankzij deze strategie in combinatie met de deelnemingen heeft Versluys Wegenbouw alles in huis om gestalte te geven aan haar corebusiness: wegonderhoud. “Daar zijn we sterk in.”

Toename complexiteit

Vrachtwagens en materieel van Versluys Wegenbouw tijdens asfaltwerkzaamheden op een provinciale weg.
Elektrische vrachtauto en elektrische veegwagen in actie.

Het werk an sich, het asfalteren, een riolering vervangen; daar is volgens Patrick de afgelopen vijftig jaar weinig aan veranderd. Alleen zijn daar de omgevingseisen bijgekomen. Het verschil met vroeger zit ‘m in de contracten en de groei in omvang van de werken. Daardoor wordt het voor het mkb-segment steeds lastiger mee te doen aan overheidsaanbestedingen. Deze ontwikkeling is één van de redenen waarom Versluys Wegenbouw zich heeft aangesloten bij Cumela/MKB INFRA. Hier treffen zij gelijkgezinde mkb’ers die daar gezamenlijk iets tegen willen ondernemen. 

“De complexiteit van de werken is op zich geen probleem. We hebben de kennis, kunde en ervaring in huis en kunnen in ons bedrijf laboratorium onderzoek doen. Kortom, we kunnen zeer complexe werken wel aan, mits ze zijn ondergebracht in ‘behapbare’ contracten. Daar geven we invulling aan in samenwerking met collega MKB’ers met wie we soms al decennia lang een zakelijke relatie hebben. Met die partners heb je een band en met hen werk je vanaf het begin gemeenschappelijk aan een inschrijving. De omvang, eisen en verplichtingen moeten echter overzichtelijk en op mkb-schaal blijven.”

Mkb is banenmotor

Maar Patrick ziet net als vele van zijn collega’s dat de werken in omvang toenemen met een stapeling van disciplines in een uitvraag die alles omvat: groen, kunstwerken, straatwerk, langjarig onderhoud, enzovoort. En dat is, benadrukt Patrick nogmaals, geen probleem als er maar op mkb-schaal wordt uitgevraagd. Hij signaleert echter tendensen en ontwikkelingen waarvan men nu misschien nog geen last heeft, maar die op termijn de positie van het mkb ondermijnen. “Iedereen, de politiek in het bijzonder, komt loftuitingen te kort om het belang van het mkb voor werkgelegenheid en economie te bezingen. Maar dan is het wel zaak dat kennis en ervaring behouden blijft. Mkb-bewuste (emvi)uitvragen zijn in het belang van de samenleving.”

“Complexe emvi-uitvragen waarbij risico’s gepaard gaan met hoge financiële consequenties, liggen buiten het bereik van het mkb”, zegt Patrick. Dat alles bedreigt het hoofdaannemerschap van mkb-ondernemers. “Het mkb-segment in onze sector moet ervoor waken uitsluitend in de rol van capaciteitsleverancier te worden gedwongen. De grootbedrijven kunnen weliswaar omgaan met zeer omvangrijke uitvragen onder complexe contracten, maar zelf de werken uitvoeren kunnen ze niet. Als we met z’n allen die weg inslaan, leidt dat onherroepelijk tot verlies van kennis en kunde. Daar is niemand bij gebaat. Bovendien durf ik de stelling wel aan dat gemeentes en provincies zeker zo goed af zijn in bouwteamverband met mkb’ers als met één grote partij die vervolgens al die mkb’ers nodig heeft om het werk uitgevoerd te krijgen.”

Volle orderportefeuille

Vooralsnog lijkt er weinig aan de hand. De orderportefeuille is goed gevuld. Het bedrijf kan wel drie tot vier jaar vooruitkijken. De zorgen voor het managementteam concentreren zich vooral op de vraag waar het de geschikte medewerkers vandaan gehaald moeten worden. Patrick: “Dat klopt. Op dit moment wordt het werk dat we aankunnen vooral beperkt door de aanwas van medewerkers. Dat is niet goed voor de sector en niet goed voor de samenleving als geheel.”

Aanleg van een rotonde door Versluys Wegenbouw met asfalteermachine, walsen en medewerkers.
Aanleg rotonde in Lelystad.

Personeel opleiden

Bij Versluys Wegenbouw werken op dit moment zeventig mensen in vaste dienst. Zoals bij vrijwel alle mkb’ers in de infra heeft ook Versluys last van vergrijzing. Hoe gaat het bedrijf daarmee om? “De opleiding van onze vakmensen gebeurt intern. De ouderen nemen nieuwe instromers op sleeptouw en brengen hun de kneepjes van het vak bij. Multifunctionele inzetbaarheid is daarbij altijd leidraad geweest. Iedereen beheerst alle takken van sport: machinist, balkman, asfaltafwerker, sproeiwagenbestuurder. Dat geeft veel rust in de uitvoering. Door de krapte op de arbeidsmarkt moeten we dat beleid van multifunctionele inzetbaarheid wellicht loslaten. We zetten inmiddels medewerkers eerder dan vroeger en met minder ervaring op de wals. Verder doen we alles om een aantrekkelijke werkgever te zijn. Wij bieden nieuwkomers een gedegen opleiding, duurzame inzetbaarheid, flexibele arbeidstijden en in overleg met de opdrachtgever proberen we weekend- en nachtdiensten te voorkomen. We investeren veel in machines, maar zeker evenveel in onze mensen. Niet omwille van groei, maar omwille van continuïteit.”