Procederen over RAW-bestekken

Artikel delen

Aanbesteden & Aannemen

Procederen over RAW-bestekken

Een enkeling hoor ik wel eens zeggen dat RAW-bestekken hun langste tijd hebben gehad omdat steeds meer opdrachtgevers overschakelen op design- and buildcontracten. Ik geloof er niets van. RAW-bestekken zullen nog heel veel jaren worden gebruikt en dat is prima. En dus zal er met regelmaat ook geprocedeerd blijven worden over RAW-bestekken.

Tekst: Pim Herber

Eén van de meest recente uitspraken over RAW-bestekken ging over het volgende. Een aannemer had opdracht gekregen om in een bos bomen te rooien, opdat bomen die vlakbij de te rooien bomen staan, meer ruimte kregen. De aanduiding welke bomen moesten worden gerooid – het blessen – vond plaats na de gunning.
De werkzaamheden waren beschreven in een RAW-bestek. Bij inschrijving ging de aannemer ervan uit dat hij de bomen machinaal kon rooien, maar dat bleek niet te kunnen; pas na de gunning maakte de opdrachtgever duidelijk welke bomen precies moesten worden gerooid en toen bleek dat veel bomen alleen handmatig konden worden gerooid. Over de extra kosten van het handmatig rooien ontstond een geschil dat de Raad van Arbitrage voor de Bouwbedrijven moest beslechten. In het vonnis overwoog arbiter het volgende:

Een inschrijver op een RAW-bestek mag er in beginsel vanuit gaan dat alle resultaatsverplichtingen in het bestek zijn opgenomen. Daarbij zal de resultaatsverplichting eenduidig moeten zijn omschreven opdat er geen verschil van mening kan ontstaan over de inhoud en de omvang daarvan. Een inschrijver kan immers niet voorwaardelijk inschrijven noch inschrijven op hetgeen hijzelf meent dat moet worden uitgevoerd. Juist is dat de opdrachtgever niet hoeft aan te geven hoe de aannemer de resultaatsverplichting tot stand moet brengen, wel rust op hem de plicht bij de omschrijving van die resultaatsverplichting duidelijk te maken op welke werkzaamheden de aannemer bij het (in concurrentie met anderen) begroten dient te rekenen.

In een in 2008 gewezen uitspraak hebben arbiters daaraan nog toegevoegd dat de aanbesteder gehouden is ‘relevante kostenbeïnvloede factoren’ in het bestek te vermelden.
In het vonnis nam arbiter het opdrachtgever kwalijk dat hij pas na de gunning heeft bekend gemaakt welke bomen moesten worden gerooid:

Aldus heeft opdrachtgeefster een gegeven dat een grote invloed had op de prijs, namelijk het aangeven van welke bomen gerooid moesten worden, pas na de gunning bekend gemaakt en daarmee het risico genomen ofwel dat zij zichzelf zou benadelen omdat inschrijvers veilig (hoog) inschreven ofwel dat zich conflicten zouden voordoen, hetgeen hier kennelijk is gebeurd.

De vraag welke bomen wel en welke niet hoeven te worden gerooid, is in deze zaak bepalend voor de uitvoeringsmethode van de aannemer en dus een relevante kostenbeïnvloedende factor. En dus had de opdrachtgever de locatie van de bomen  tevoren moeten aangeven, zodat de aannemer het werk correct had kunnen calculeren.
Kortom: een schrijver van een RAW-bestek dient alle informatie te verstrekken die relevant is voor de prijsvorming van de aannemer zodat de aannemer het werk juist kan calculeren. Dat lijkt mij een logisch en zeer juist uitgangspunt.

Opslagpercentage bij RAW-bestekken
Opdrachtgevers en aannemers discussiëren met regelmaat over de vraag wat het opslagpercentage is bij meerwerken. De Raad van Arbitrage moest daar onlangs weer over oordelen. Het volgende was er aan de hand. In de procedure stelt de aannemer zich op het standpunt dat het opslagpercentage 16,3%  moet zijn, zijnde het (omgerekende) percentage voor uitvoeringskosten (6,75%), algemene kosten (5,88%), en winst en risico (3,64%), waarmee zij heeft ingeschreven. De opdrachtgever is van mening dat voor leveringen een opslagpercentage van 5% voldoende is en voor leveringen met arbeid 10%. Arbiters oordelen als volgt:

Indien partijen geen bijzondere afspraken hebben gemaakt ter zake van de opslag in geval van meer- en minderwerk of andere vormen van bijbetaling, zijn zij gehouden aan de bij de inschrijvingsstaat opgegeven opslagen, derhalve 16,3%. Afwijkingen van verrekenbaar gestelde hoeveelheden, niet verrekenbaar gestelde hoeveelheden en de uitvoering van bestekswijzigingen dienen derhalve volgens dit opslagpercentage te worden afgerekend. Met uitzondering van de stelposten geldt het in de inschrijfstaat opgegeven opslagpercentage ook voor de gevallen waarin meer- en minderwerk in de UAV’89 of in de overeenkomst is voorgeschreven en voor alle gevallen die in de UAV ’89 als bijbetaling zijn aangeduid. Dit alles echter onder de voorwaarde dat een partij niet een opslag rekent die van deze regels afwijkt ten gunste van de andere partij, in welk geval die afwijkende opslag geldt.

Een juiste uitspaak? Ik heb daar zo mijn mening over – en heb die ook elders al gegeven – maar die ga ik u nog niet verklappen. Ik ga dit jaar maar eens anders dan vorig jaar starten en vraag u om mij uw mening over deze uitspraak te mailen naar onderstaand e-mailadres. De namen van de inzenders die het juiste oordeel over deze uitspraak geven, zullen – samen met hun oordeel – eervol in de volgende editie van GWW-Totaal worden vermeld.

Vragen?
Als u vragen heeft over dit artikel of belangstelling heeft voor een cursus UAV, UAV GC of aanbestedingsrecht, mail mij dan gerust: pim.herber@hetnet.nl.