Vernieuwing oudere infrastructuur essentieel en urgent

Artikel delen

De komende decennia staat Nederland voor een enorme opgave om de civiele infrastructuur te vernieuwen. Vervanging en renovatie is een essentiële voorwaarde om Nederland veilig, bereikbaar en leefbaar te houden. De uitgaven voor vernieuwing bedroegen 1,1 miljard euro in 2021. TNO verwacht voor 2024 dat de jaarlijkse kosten verdubbelen en over 20 jaar 3,4 miljard per jaar zullen zijn. Aan het eind van deze eeuw lopen de verwachte kosten op tot 3,7 miljard per jaar.

onderhoud

Foto: Dura Vermeer.

De cijfers komen uit het 2e Landelijk Prognoserapport Vernieuwingsopgave Infrastructuur dat TNO op 14 november 2023 publiceerde. Op verzoek van de Rijksoverheid, het Interprovinciaal Overleg (IPO) en Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) bracht TNO de omvang van de vernieuwingsopgave, na een eerste versie in 2021, opnieuw in kaart.

Enorme opgave

Gezamenlijk beheren het Rijk, twaalf provincies, 342 gemeenten en 21 waterschappen onder meer 141.000 km wegen, 5.700 km vaarweg, 7.000 km spoor en tienduizenden civiele constructies zoals bruggen, viaducten, sluizen, stuwen en gemalen. De totale waarde is 347 miljard euro. Deze infrastructuur veroudert en nadert het einde van de levensduur. Het gebruik ervan is intensief en bovendien vaak zwaarder dan destijds bij de bouw voorzien. In 2021 werd voor 1,1 miljard euro gerenoveerd en vervangen (‘Verwachtingen bouwproductie en werkgelegenheid 2023’, EIB, Amsterdam, 2023) terwijl de verwachte jaarlijkse kosten gaan oplopen van ongeveer 2,4 miljard euro per jaar in de periode 2021 – 2030 naar 2,9 miljard in de jaren 2030 – 2040. Vanaf 2040 zullen de jaarlijkse vernieuwingskosten naar verwachting meer dan 3 miljard euro bedragen tot circa 3,7 miljard euro aan het eind van deze eeuw. De totale kosten van de vernieuwingsopgave tot 2100 worden geraamd op 260 miljard.

onderhoud

Foto: Rijkswaterstaat.

Grote uitdaging gemeenten

Het grootste deel van de geprognosticeerde kosten, circa 55%, blijkt bij de gemeenten te liggen. Vergeleken met de uitgaven van 0,5 miljard in 2021, verdubbelen de jaarlijkse kosten voor gemeenten naar 1,3 miljard in de komende tien jaar. Daarna stijgen de kosten verder tot 1,8 miljard in de periode 2031 – 2050. Deze stijging komt vooral omdat de gemeenten het merendeel van de civiele constructies (meer dan 80%) beheren in Nederland. Van de totale geprognosticeerde kosten ligt verder ongeveer 9% bij provincies, 13% bij waterschappen en 23% bij landelijke beheerders Rijkswaterstaat en ProRail.

Verder heeft TNO ook 20 prognoses inhoudelijk bestudeerd. Opvallend is dat meer dan de helft van deze prognoses niet verder kijkt dan 50 jaar, terwijl de levensduur van veel objecten 60 tot 80 jaar is. Bovendien ontbreekt het nog vaak aan consistente gegevens over objectbouwjaren, levensduur en kostenkengetallen. Tot slot, zijn er veel beheerders die niet beschikken over een eigen prognose van de vernieuwingsopgave. Dit geldt vooral voor de gemeentes en provincies (TNO beschikte over twaalf prognoses van de 342 gemeenten en vier van de twaalf provincies). Hierdoor is het inzicht in wat de vernieuwingsopgave voor de verschillende type beheerders betekent nog beperkt.

Vernieuwingsopgave enorme klus

TNO wijst erop dat de vernieuwingsopgave op zichzelf al een enorme klus is met knelpunten in de bouwsector zoals de tekorten aan arbeidskrachten en bouwmaterialen en de stijgende prijzen. Daarbij komt nog de uitdaging om de noodzakelijke vervanging en renovatie in toenemende mate klimaatneutraal uit te voeren dus met zo min mogelijk uitstoot van CO2 en stikstof en met zoveel mogelijk circulair bouwen met hergebruik van materialen. Het is daarom volgens TNO belangrijk om (meer) in actie te komen.

Aanbevelingen

In het rapport doet TNO een aantal aanbevelingen voor de beheerders van infrastructuur:

  • Verhoog de urgentie bij beheerders om de vernieuwingsopgave beter inzichtelijk te maken, financieel voor te bereiden en de opgave daadwerkelijk uit te voeren, vooral bij gemeenten en provincies.
  • Verbeter het inzicht in de aard en omvang van de vernieuwingsopgave door langetermijnprognoses te maken, prognosemethoden te herzien en richtlijnen voor het opstellen van prognoses te ontwikkelen.
  • Stimuleer samenwerking tussen beheerders op verschillende bestuursniveaus en creëer een integrale aanpak vanuit ministeries om effectieve regie te bevorderen.
  • Maak een koppeling tussen lange termijn prognoses en de Nota Infrastructurele Kapitaalgoederen voor een mogelijk effectieve aanpak van de vernieuwingsopgave.
  • Overweeg de oprichting van een vernieuwingsfonds voor de civiele infrastructuur (vergelijkbaar met het hoogwaterbeschermingsprogramma) om financiële middelen te verschaffen voor de vernieuwingsopgave en de bevordering van productiviteitsverhogende maatregelen.
  • Bied handelingsperspectief voor de vernieuwingsopgave door in te zetten op innovatieve werkwijzen.